
Ruben, mijn broer, zit in groep 8. Hij heeft de citotoets gedaan deze week.
Tussen de middag heb ik steeds met hem gegeten en vroeg ik hem altijd wat hij de moeilijkste/leukste/gekste vraag van die ochtend vond.
Op woensdag kwam hij met een hele leuke vraag, vond ik zelf.
Hoe weten we dat de oermens heeft bestaan? (ik weet niet of het echt oermens moet zijn, maar zo zei Ruben het)
a. We hebben resten gevonden
b. Het is van vader op zoon verteld
c. -deze wist Ruben niet meer-
d. geen van deze 3
En dan ga je toch wel nadenken...want hoe weten we eigenlijk dat de oermens heeft bestaan?
Ja, a zou waarschijnlijk het juiste antwoord moeten zijn...maar is het wel zo simpel? Is het zo dat omdat we "resten" vinden, wat we daar dan ook maar onder moeten verstaan, we dus weten dat de oermens heeft bestaan?
Want eigenlijk is antwoord b ook best wel aannemelijk. Ik bedoel, over zoiets zou een vader toch niet liegen tegen zijn zoon, zoiets verzin je toch niet?
En als het nou d zou zijn geweest, hoe weten we het dan?
Ja, en ik ben toch ook wel nieuwsschierig naar wat antwoord c was....
"Tirza...", en daarmee werd ik wakker, "wat denk jij nou dat het is?"
"Ik denk dan toch a Ruben", zei ik.
"Gelukkig, dat heb ik ook ingevuld".
1 opmerking:
Haha.. wat heb je toch een schattig broertje!! :)
Mijn neefje heeft ook cito gehad en die ging volgens mij wel goed!!
Heb je mn mail trouwens nog gehad?
Ga ik nu weer snel lezen.. weer 's 180bladzijden ofzo... :(
Tot snel!! :D
Xx
Een reactie posten